Luther en Calvijn

De vernietiging van het zelf
Bram Moerland

 

Luther: eigen oordeel moet worden uitgeroeid

Luther kent geen enkele waarde toe aan het persoonlijk oordeel van de mens. In zijn commentaar op de brieven van Paulus aan de Romeinen schrijft Luther:

Waar het op aankomt is dat ons eigen oordeel en onze eigen wijsheid, zich onthullend voor onze ogen, vernietigd moeten worden en uitgeroeid uit ons hart en uit ons ijdel ik.

Alleen indien de mens zichzelf vernedert en zijn persoonlijke wil en trots vernietigt, zal de genade Gods op hem neerdalen. Luther vervolgt:

Want God wenst ons niet te redden door ons eigen oordeel en inzicht, maar door een ons vreemd oordeel, door een oordeel dat niet uit onszelf voortkomt en niet uit onszelf ontspringt, maar dat tot ons komt van elders.

De onmacht van de mens tot zelfverlossing wordt door Luther aldus verbeeld: de wil van de mens is als een beest dat bereden wordt óf door God óf door Satan. De strijd om de macht over het beest is een strijd tussen God en Satan, en die strijd voltrekt zich volledig buiten de mens zelf om. In een aanval op de verdediging van de wilsvrijheid door Erasmus schrijft Luther:

Aldus is de menselijke wil, als ware hij een beest tussen beide in. Indien God hem berijdt, wil en gaat hij waarheen God wil. (...) Indien Satan hem berijdt, wil en gaat hij gelijk Satan wil. En het ligt niet in de macht van zijn eigen wil te kiezen, noch voor welke berijder hij gaan wil, noch welke hij zoeken wil. Maar de berijders zelf maken in strijd uit, wie hem voor eeuwig zal bezitten.

Dat lijkt een vrij hopeloze situatie voor de mens. Maar kan de mens misschien toch nog enige invloed uitoefenen? Dat kan alleen door volledige onderwerping aan God in volkomen nederigheid en totale zelfvernietiging. Erich Fromm:

Zo bevrijdde Luther de mens van het gezag van de kerk, maar om hem aan een veel tirannieker autoriteit uit te leveren - aan een God die van de mens volledige onderworpenheid en vernietiging van het individuele zelf eiste als de beslissende voorwaarde voor zijn heil.

Wat betekent dit voor de maatschappelijke ordening? Valt wat betreft de relatie tussen kerk en staat ook een parallel te ontdekken tussen Luther en Augustinus? Luther is bepaald niet onduidelijk:

Zelfs indien de dragers van het gezag slecht zijn en goddeloos, is toch het gezag en zijn macht goed en van Godswege. (...) Derhalve, waar macht aanwezig is en bloeit, daar zij en blijve deze omdat God zo bevolen heeft.

Aan het volk komt niet het recht toe in opstand te komen tegen de wereldlijke macht. Luther:

Hoe slecht het bestuur ook moge zijn, toch zou God het dulden van zijn bestaan verkiezen, liever dan het gepeupel toe te staan te muiten, met hoeveel recht zij ook mogen handelen. (...) Een vorst hoort vorst te blijven, welk een despoot hij ook moge zijn. Hij onthoofdt noodzakelijkerwijs toch maar weinigen, daar hij onderdanen moet bezitten om heerser te kunnen zijn.

Het is dus geen wonder dat Luther met groot enthousiasme gesteund werd door de wereldlijke macht in Duitsland. Is het zo vreemd dat in Duitsland enkele eeuwen later een Hitler zou opstaan, na eeuwen van indoctrinatie door de Lutherse kerk van de serviele onderwerping, niet alleen aan God, maar ook aan de wereldlijke macht? De leer van Luther is het beginsel van de onvoorwaardelijke overgave van de individualiteit, waaraan dan ook.
De man die zelf rebelleerde tegen de katholieke kerk schreef over het rebel zijn:

Laat daarom ieder die moorden, rammeien en steken kan, openlijk of geheim, het goed in gedachten houden dat niets giftiger, nadeliger en duivelser zijn kan dan een rebel.

Calvijn: bewustzijn van eigen ellendigheid

Calvijn vertoont in zijn theologie dezelfde geest als Luther. Ook voor hem wortelt het religieuze in de menselijke machteloosheid. Zoals voor Luther, zo vormen ook voor Calvijn de zelfvernedering en de vernietiging van de menselijke trots de weg naar God:

Want het meest verwoestende wat de mens te gronde richt is dat hij zichzelf gehoorzaamt. Het is zijn veilige haven, niet één ding uit zichzelf te weten of te willen, maar geleid te worden door God die ons voorgaat.
Er bestaat geen andere genezing voor u, dan in de ontkenning van uzelve.

Calvijn ontkent, evenals Augustinus, de mogelijkheid van goede werken:

Nooit was er enig werk van een godsvruchtig mens, dat niet voor het rechtvaardig oordeel Gods zijn verdoemelijkheid bewees.

Calvijn aarzelt zelfs niet een uitspraak te doen die in flagrante tegenspraak is met het Nieuwe Testament:

Want wat de schoolgeleerden (de roomskatholieke scholastici) naar voren brengen omtrent de voorrang van liefde vóór geloof en hoop, is slechts de droom van een verziekte verbeelding.

En daarom was het natuurlijk ook geen probleem voor Calvijn de brandstapel aan te wenden als middel tegen andere protestantse denkers.

Uit:
Bram Moerland
De Katharen

De overwinning van de vrijheid
Uitgever: AnkhHermes, 2014

Download als pdf-document