Logions uit het Thomas evangelie, verzameld op thema

Voor de toelichting per logion, klik op het desbetreffende nummer in de rechterkolom. Als u die niet ziet, klik dan op
www.thomasevangelie.info

Het koninkrijk

3          Jezus zei:
            Als jullie voorgangers zeggen:
            Zie, het koninkrijk is in de hemel, dan zullen vogels je voorgaan.
            Wanneer zij zeggen:
            Het is in de zee, dan zullen vissen je voorgaan.
            Maar, het koninkrijk is in je hart én in je oog.
            Als je jezelf kent, dan zul je ook gekend worden,
            en je zult beseffen dat je afstamt
            van de levende vader.
            Maar ken je jezelf niet, dan verkeer je in armoede
           Je bént zelf armoede.

20       De leerlingen zeiden tot Jezus:
            Vertel ons waar het koninkrijk van de hemel op lijkt.
            Hij zei tot hen:
            Het is als een mosterdzaadje.
            Het is het kleinste van alle zaden.
            Maar wanneer het valt op bewerkte aarde,
            groeit er een grote plant uit
            die een schuilplaats biedt aan de vogelen des hemels.

22        Het oog van Jezus viel op kinderen die werden gevoed.
            Hij zei tot zijn leerlingen:
            Deze kinderen die worden gezoogd
            zijn als hen die binnengaan in het koninkrijk.
            Zij zeiden tot hem:
            Moeten wij zijn als deze kinderen,
            om binnen te kunnen gaan in het koninkrijk?
            Jezus zei tot hen:
            Wanneer je de twee één hebt gemaakt,
            wanneer je de binnenkant maakt als de buitenkant
            en de buitenkant als de binnenkant
            en het bovenste als het onderste,
            en wanneer je het mannelijke en het vrouwelijke één maakt,
            zodat het mannelijke niet meer mannelijk is
            en het vrouwelijke niet vrouwelijk,
            als je ogen maakt in plaats van een oog,
            en een hand waar een hand is
            en een voet waar een voet is,
            en een beeld waar een beeld is
            dan zul je binnengaan in het koninkrijk.

27        Jezus zei:
            Als je niet vast ten opzichte van de wereld,
            zul je het koninkrijk niet vinden.
            Als je de sabbat niet als een sabbat in acht neemt,
            zul je nooit de vader zien.

46        Jezus zei:
            Onder hen die geboren zijn uit een vrouw,
            van Adam tot Johannes de Doper,
            is er niemand tegen wie Johannes de Doper
            zou moeten opkijken.
            Maar ik heb gezegd,
            wie van jullie zal worden als een kind,
            zal het koninkrijk kennen,
            en hij zal hoger staan dan Johannes.

49        Jezus zei:
            Gezegend zijn de éénlingen
            en de uitverkorenen,
            want jullie zullen het koninkrijk ontdekken.
            Daar kom je vandaan
            en daarheen keer je terug.

54        Jezus zei:
            Gezegend zijn de armen,
            want jullie behoort het koninkrijk van de hemel.

57        Jezus zei:
            Het koninkrijk van de vader lijkt
            op een man die voortreffelijk zaaigoed had.
            Zijn vijand kwam bij nacht
            en zaaide onkruid tussen het goede zaad.
            De man stond hun niet toe het onkruid uit te trekken.
            Hij zei hun:
            Ik vrees dat je, als je het onkruid wilt uittrekken,
            ook het graan zult uittrekken.
            Maar op de dag van de oogst
            zal het onkruid duidelijk zichtbaar zijn.
            En het zal uitgetrokken worden en verbrand.

76        Jezus zei:
            Het koninkrijk van de vader is als een koopman
            die een vracht goederen aangeleverd kreeg.
            Daartussen vond hij een parel.
            De koopman was zo verstandig om zijn hele voorraad te
            verkopen, maar hield de parel voor zichzelf.
            Doe zo ook, zoek de schat die niet vergaat, die zijn waarde
           behoudt, waar geen mot van zal eten
           en geen worm aan zal knagen.

82        Jezus zei:
            Wie mij nabij is,
            is dicht bij het vuur,
            en wie ver van mij is,
            is ver van het koninkrijk.

96        Jezus zei:
            Het koninkrijk van de vader is als een zekere vrouw.
            Zij nam een weinig zuurdesem en verstopte het in wat deeg
            en maakte zo grote broden.
            Wie oren heeft, die hore!

97        Jezus zei:
            Het koninkrijk van de vader is als een zekere vrouw,
            die op haar rug een kruik droeg, vol met meel.
            En zo, haar weg gaande, nog ver van huis, brak een oor van de             
            kruik af, en het meel stroomde achter haar op de weg.
            Ze merkte het niet en was zich van geen kwaad bewust.
            Thuisgekomen zette ze de kruik neer en vond deze leeg.

98        Jezus zei:
            Het koninkrijk van de vader is als een zekere man
            die een machtig iemand wilde doden.
            In zijn eigen huis trok hij zijn zwaard
            en stak het in de lemen muur om te onderzoeken
            of zijn hand sterk genoeg was
            om door de muur heen te steken.
            Toen doodde hij de sterke man.

99        De leerlingen zeiden hem:
            Je broers en je moeder staan buiten.
            Hij zei hun:
            De mensen hier, die de wil van de vader doen, dat zijn mijn                
            broers en mijn moeder.
            Zij zijn het die het koninkrijk van mijn vader zullen binnengaan.

107      Jezus zei:
            Het koninkrijk is als een herder die honderd schapen had.
            Een van hen, de grootste, ging ervandoor.
            De herder verliet de negenennegentig
            en zocht naar die éne, tot hij hem vond.
            En nadat hij zich al die moeite had getroost
            zei hij tegen het schaap:
            Jij telt voor mij meer dan die negenennegentig.

109      Jezus zei:
            Het koninkrijk is als een mens
            in wiens akker zich een schat bevond,
            zonder dat hij dat wist.
            Toen hij stierf, liet hij zijn zoon het land na.
            De zoon wist ook niets van die schat.
            Hij erfde het land en verkocht het.
            En degeen die het kocht, ging ploegen en vond de schat.
            Hij begon geld uit te lenen, tegen rente,
            aan wie hij maar wilde.

113      Zijn leerlingen zeiden tot hem:
            Wanneer zal het koninkrijk komen?
            Jezus zei:
            Het koninkrijk komt niet door het te verwachten.
            Je kunt niet zeggen: ‘Het is hier’, of ‘Het is daar’.
            Nee, het koninkrijk is uitgespreid over de aarde
            maar de mensen zien het niet.